Kunstmatige intelligentie (AI) verandert organisaties in hoog tempo. Voor ondernemingsraden roept dit vragen op: waar gaat de OR formeel over meepraten? Welke rechten heb je volgens de WOR, en wat verandert er met de komst van de AI-Act?
De WOR geeft de OR al een stevige basis om over AI mee te praten en mee te beslissen. De AI-Act voegt daar een nieuwe laag aan toe: Europese regels die organisaties verplichten tot risicobeoordeling, transparantie en scholing. Voor ondernemingsraden en ambtelijk secretarissen is dit hét moment om actief het gesprek te voeren over AI: niet alleen over de techniek, maar vooral over de gevolgen voor mensen, werk en medezeggenschap.
De WOR: wat heeft de OR al in handen?
De Wet op de ondernemingsraden (WOR) geeft de OR het recht om mee te praten en mee te beslissen over zaken die de medewerkers raken. Bijvoorbeeld:
Kortom: de WOR geeft de OR duidelijke mogelijkheden om mee te praten over AI, vooral over beleid, werk, opleiding en privacy.
De AI-Act: nieuw Europees speelveld
Sinds augustus 2024 is de Europese AI-Act van kracht. Deze wet stelt regels voor AI-toepassingen in alle sectoren . Voor de OR is dit relevant, omdat organisaties zich hieraan moeten houden en beleid zullen aanpassen.
Vier risiconiveaus
De AI-Act werkt met een risico gebaseerd systeem:
Voor de OR is vooral de categorie hoog risico belangrijk: hier gaat het vaak om toepassingen die impact hebben op werk en werknemers.
Verplichte AI-geletterdheid en scholing
Werkgevers moeten zorgen dat medewerkers AI-geletterd worden: dat zij voldoende kennis hebben om veilig en effectief met AI te werken. Dit betekent dat opleidingsbeleid moet worden aangepast, iets waar de OR instemmingsrecht over heeft.
Wat betekent dit concreet voor de OR?
De AI-Act creëert nieuwe agenda’s voor de OR, bovenop de WOR-rechten: