Adviesrecht voor de OR

Adviesrecht voor de OR

Op grond van artikel 25 van de WOR heeft de ondernemingsraad het recht advies uit te brengen over voorgenomen besluiten van de bestuurder. Het gaat hierbij om belangrijke wijzigingen in of voor de organisatie.

Het adviesrecht is één van de belangrijkste bevoegdheden van iedere ondernemingsraad (OR). Samen met het instemmingsrecht kan de OR er met adviesrecht voor zorgen dat de werkgever bepaalde plannen voor de organisatie moet bijstellen. De ondernemingsraad heeft het recht de bestuurder advies te geven over een aantal belangrijke onderwerpen. Over welke onderwerpen gaat dat?

Onderwerpen met adviesrecht:

  • overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een onderdeel daarvan (fusie);
  • vestigen van een andere onderneming, overnemen of afstoten van zeggenschap over een andere onderneming; aangaan, wijzigen of verbreken van een duurzame samenwerking met een andere onderneming of aangaan; wijzigen of verbreken van een belangrijke financiële deelneming in een andere onderneming;
  • sluiting, faillissement of doorstart van de onderneming of een belangrijk onderdeel daarvan;
  • inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden van de onderneming (reorganisatie);
  • een belangrijke wijziging in de organisatie, dan wel in de verdeling van de bevoegdheden binnen de onderneming;
  • verplaatsing (ook tijdelijk) van de onderneming (ook binnen dezelfde gemeente);
  • groepsgewijs werven of inlenen van arbeidskrachten;
  • een belangrijke investering voor de onderneming;
  • aantrekken of verstrekken van krediet;
  • invoeren of wijzigen van een belangrijke technologische voorziening;
  • een belangrijke maatregel in verband met de zorg voor het milieu;
  • een regeling voor het zelf dragen van het risico bij arbeidsongeschiktheid of ziekte;
  • een adviesopdracht aan een externe deskundige met betrekking tot een van de voorgaande onderwerpen.

Daarnaast heeft de or adviesrecht over besluiten tot benoeming en ontslag van bestuurders van de onderneming (artikel 30 van de WOR).